ArchiefnaamRossum, W.M. van
LiteratuurJ.M. Drehmanns, Kardinaal van Rossum : korte levensschets, Roermond, 1935. https://ru.on.worldcat.org/oclc/781649684
Jan Olav Smit, Wilhelmus Marinus Kardinaal van Rossum : een groot mens en wijs bestuurder (Roermond, 1955). https://ru.on.worldcat.org/oclc/64490539
Vefie Poels e.a., Life with a mission : Cardinal Willem Marinus van Rossum C.Ss.R. (1854-1932) (Leuven 2011). https://ru.on.worldcat.org/oclc/768594955
Vefie Poels, De rode paus : biografie van de Nederlandse curiekardinaal Willem van Rossum CSsR (1854-1932) (Nijmegen 2021). https://ru.on.worldcat.org/oclc/1245584659
Knipsels over W.M. van Rossum in de KDC-collectie: KNIP-12929
Extra toegangenPlaatsingslijst
VerwervingIn 1990 door de Redemptoristen aan het KDC geschonken.
Geschiedenis archiefvormerWillem Marinus van Rossum (1854-1932) werd geboren te Zwolle. Hij trad in 1873 in bij de Redemptoristen en werd in 1879 tot priester gewijd. Hij doceerde dogmatiek in Wittem en werd daar in 1893 rector. In 1895 werd hij naar Rome geroepen. In 1911 werd hij tot kardinaal verheven. In 1918 werd hij prefect van de Congregatie voor de Voortplanting des Geloofs (Propaganda Fide). Hij was o.m. lid van het Heilig Officie en van de Commissie voor de codificatie van het kerkelijk recht. Onder zijn leiding vond een koerswijziging in de kerkelijke missiepolitiek plaats. Hij maakte de missieactiviteiten los van nationale en koloniale belangen en pleitte voor opbouw van lokale kerken, en voor inheemse priesters. Twee pauselijke missie-encyclieken waren gestempeld door zijn visie. In Nederland was hij betrokken bij de stichting van de Katholieke Universiteit en was hij pauselijk legaat bij het Internationaal Eucharistisch Congres in Amsterdam in 1924. Van Rossum overleed in 1932 in Maastricht; Hij werd begraven in de kloosterkerk te Wittem.
ArchiefgeschiedenisArchief van Van Rossum. Een deel is meteen door de Curie meegenomen. De rest is door secretaris Drehmanns naar Wittem overgebracht, onder toevoeging van stukken uit zijn eigen archief. Zijn eigen brieven aan Van Rossum borg hij op in zijn eigen archief.