InhoudDe archieven van de Mater Amabilisscholen bestaan uit het archief van het landelijk bestuur en de bestuursarchieven van de diocesane stichtingen. Stukken betreffende de oprichting, ontwikkeling en liquidatie. Vergaderstukken en correspondentie van het landelijk bestuur. Exploitatierekeningen van de Diocesane Stichtingen en Jongerencursussen, per bisdom. Jaarverslagen, correspondentie en exploitatierekeningen van de plaatselijke Mater Amabilisscholen en Jongerencursussen. Stukken betreffende vormingswerk, personeel, de opleiding van leidsters en docenten, de inrichting van het onderwijs.
Geschiedenis archiefvormerDe eerste Mater Amabilisschool (MAS) werd in 1947 in Maastricht opgericht. In 1950 werd als koepelorganisatie het Katholiek Centraal Instituut ter Verzorging van de MAS opgericht (1955: Nationale Stichting voor Mater Amabilisscholen. Drijvende kracht achter de NSMAS was de pedagoge H.M. Dresen-Coenders. Op de MA scholen kregen arbeidersmeisjes vorming met het oog op hun toekomst. Organisatorisch bestonden onder de koepelorganisatie diocesane stichtingen en daaronder de plaatselijke scholen. Voor jongens kwam er, op initiatief van de KAJ, de Katholieke Levensschool voor Jongens (aanvankelijk: Pater Fortisscholen) onder de Landelijke Stichting Katholieke Levensscholen voor jonge arbeiders (LSKL) De Mater Amabilisscholen en de Levensscholen voor Werkende Jongens stapten vanaf 1968 over op gemengde programma's, in 1973 resulterend in een fusie. Voor jongeren boven de achttien jaar was in 1968 uit de NSMAS het vormingswerk voor jonge volwassenen (VJV) voortgekomen dat bestond tot 1988.