Inhoud: Omvangrijke correspondentie met personen en instellingen; recensies en artikelen; manuscripten en drukproefcorrecties; toneelstukken en hoorspelen; gedichten, stukken betreffende zijn romans en verhalen; correspondentie, ingezonden brieven en teksten betreffende kerkelijke vernieuwingen; aforismen en notities; stukken betreffende de Centrale Ereraad 1946-1947.
H.J. Bruning (1900-1983) werd geboren te Nijmegen. Hij studeerde MO Nederlands in Tilburg. Hij was dichter, prozaschrijver en journalist. Hij behoorde in het Interbellum tot de vooruitstrevende top van de katholieke Nederlandse literatuur. In zijn kritiek op het verval van het klerikale christendom was hij verwant aan Ernest Michel, maar de literaire kwaliteit van zijn werk was veel groter. Bruning verkeerde in de kring van Pieter van der Meer de Walcheren en was de enige katholieke Nederlandse schrijver van internationaal formaat. Hij bepleitte een kritisch, persoonlijk en verinnerlijkt geloof. Dit maakt zijn keuze voor het nationaal-socialisme moeilijk te begrijpen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was hij werkzaam voor de Kultuurkamer. Na de oorlog kreeg hij een publicatieverbod tot 1952. Sindsdien leefde hij van vertaalwerk. Gedichten gaf hij uit in eigen beheer. Bruning overleed in 1983 te Nijmegen.