Geschiedenis archiefvormerWillem Hubert (Wiel) Nolens (1860-1931) werd geboren te Venlo. Na het gymnasium te Rolduc studeerde hij van 1880-1884 rechten te Utrecht. Daarna bezocht hij het grootseminarie en werd in 1887 tot priester gewijd. Vanaf 1888 was hij leraar op Rolduc. In 1890 promoveerde hij. In 1896 werd hij lid van de Tweede Kamer. Van 1909-1925 was hij tevens buitengewoon hoogleraar in Amsterdam. In 1910 werd hij voorzitter van de RK Kamerclub en de onbetwiste leider van de katholieken. Zijn sociale engagement leidde tot zijn bemoeienis met de arbeidswetgeving, o.a. in de Ned. Ver. voor Wettelijke Bescherming der Arbeiders. Hij was onder meer vicevoorzitter van de Hoge Raad van Arbeid, voorzitter van de Mijnraad, voorzitter van de Rijkscommissie van Advies voor de Werkverschaffing en voorzitter van de Werkloosheidsraad. In 1931 overleed hij. Hij werd begraven in zijn geboorteplaats Venlo.
Willem Hubert (Wiel) Nolens (1860-1931) werd geboren te Venlo. Na het gymnasium te Rolduc studeerde hij van 1880-1884 rechten te Utrecht. Daarna bezocht hij het grootseminarie en werd in 1887 tot priester gewijd. Vanaf 1888 was hij leraar op Rolduc. In 1890 promoveerde hij. In 1896 werd hij lid van de Tweede Kamer. Van 1909-1925 was hij tevens buitengewoon hoogleraar in Amsterdam. In 1910 werd hij voorzitter van de RK Kamerclub en de onbetwiste leider van de katholieken. Zijn sociale engagement leidde tot zijn bemoeienis met de arbeidswetgeving, o.a. in de Ned. Ver. voor Wettelijke Bescherming der Arbeiders. Hij was onder meer vicevoorzitter van de Hoge Raad van Arbeid, voorzitter van de Mijnraad, voorzitter van de Rijkscommissie van Advies voor de Werkverschaffing en voorzitter van de Werkloosheidsraad. In 1931 overleed hij. Hij werd begraven in zijn geboorteplaats Venlo.
Willem Hubert (Wiel) Nolens (1860-1931) werd geboren te Venlo. Na het gymnasium te Rolduc studeerde hij van 1880-1884 rechten te Utrecht. Daarna bezocht hij het grootseminarie en werd in 1887 tot priester gewijd. Vanaf 1888 was hij leraar op Rolduc. In 1890 promoveerde hij. In 1896 werd hij lid van de Tweede Kamer. Van 1909-1925 was hij tevens buitengewoon hoogleraar in Amsterdam. In 1910 werd hij voorzitter van de RK Kamerclub en de onbetwiste leider van de katholieken. Zijn sociale engagement leidde tot zijn bemoeienis met de arbeidswetgeving, o.a. in de Ned. Ver. voor Wettelijke Bescherming der Arbeiders. Hij was onder meer vicevoorzitter van de Hoge Raad van Arbeid, voorzitter van de Mijnraad, voorzitter van de Rijkscommissie van Advies voor de Werkverschaffing en voorzitter van de Werkloosheidsraad. In 1931 overleed hij. Hij werd begraven in zijn geboorteplaats Venlo.
Willem Hubert (Wiel) Nolens (1860-1931) werd geboren te Venlo. Na het gymnasium te Rolduc studeerde hij van 1880-1884 rechten te Utrecht. Daarna bezocht hij het grootseminarie en werd in 1887 tot priester gewijd. Vanaf 1888 was hij leraar op Rolduc. In 1890 promoveerde hij. In 1896 werd hij lid van de Tweede Kamer. Van 1909-1925 was hij tevens buitengewoon hoogleraar in Amsterdam. In 1910 werd hij voorzitter van de RK Kamerclub en de onbetwiste leider van de katholieken. Zijn sociale engagement leidde tot zijn bemoeienis met de arbeidswetgeving, o.a. in de Ned. Ver. voor Wettelijke Bescherming der Arbeiders. Hij was onder meer vicevoorzitter van de Hoge Raad van Arbeid, voorzitter van de Mijnraad, voorzitter van de Rijkscommissie van Advies voor de Werkverschaffing en voorzitter van de Werkloosheidsraad. In 1931 overleed hij. Hij werd begraven in zijn geboorteplaats Venlo.
Willem Hubert (Wiel) Nolens (1860-1931) werd geboren te Venlo. Na het gymnasium te Rolduc studeerde hij van 1880-1884 rechten te Utrecht. Daarna bezocht hij het grootseminarie en werd in 1887 tot priester gewijd. Vanaf 1888 was hij leraar op Rolduc. In 1890 promoveerde hij. In 1896 werd hij lid van de Tweede Kamer. Van 1909-1925 was hij tevens buitengewoon hoogleraar in Amsterdam. In 1910 werd hij voorzitter van de RK Kamerclub en de onbetwiste leider van de katholieken. Zijn sociale engagement leidde tot zijn bemoeienis met de arbeidswetgeving, o.a. in de Ned. Ver. voor Wettelijke Bescherming der Arbeiders. Hij was onder meer vicevoorzitter van de Hoge Raad van Arbeid, voorzitter van de Mijnraad, voorzitter van de Rijkscommissie van Advies voor de Werkverschaffing en voorzitter van de Werkloosheidsraad. In 1931 overleed hij. Hij werd begraven in zijn geboorteplaats Venlo.