InhoudHet omvangrijke archief is beschreven in de volgende rubrieken: vergaderstukken van het algemeen bestuur, het hoofdbestuur en het dagelijks bestuur; series correspondentie, inclusief de stukken ingekomen bij en uitgegaan van de algemeen voorzitter, en de bijbehorende registers; bescheiden van de Interdiocesane Censoren–Commissie. Naast de individuele beoordelingen en verslagen van deze commissie zijn in deze rubriek ook opgenomen de composities die bij de commissie zijn ingediend ter beoordeling; overige basisdocumenten; gedeponeerde archivalia van A. Smijers, musicoloog; overige documenten.
Aan het eind van de negentiende eeuw ontstonden op lokaal niveau gregoriusverenigingen, zangkoren die zich verdiepten in de uitvoering van het gregoriaans. In 1876 werd voor hen het Sint Gregoriusblad opgericht. In 1878 volgde de oprichting van de Nederlandsche Sint Gregoriusvereeniging. Onder het hoofdbestuur kent elk bisdom kende zijn eigen diocesane afdeling. Om de kwaliteit te beoordelen stelde de NSGV een Censoren-Commissie in. In 1925 stichtte de vereniging de RK Kerkmuziekschool Sint Caecilia (in 1987 opgegaan in de Hogeschool voor de Kunsten te Utrecht). Door de liturgievernieuwing van Vaticanum II verzwakte de binding van de lokale koren met de NSGV en verloor de Censorencommissie haar betekenis. De Gregoriusvereniging ontwikkelde zich daarna tot een servicecentrum voor kerkmuziek.