Geschiedenis archiefvormerGisbert Brom (1864-195) volgde de priesteropleiding aan het grootseminarie Rijsenburg, waar hij leerling was van Herman Schaepman, met wie hij later bevriend zou zijn. Van 1885-1888 studeerde hij in Rome, waar hij in 1886 priester werd gewijd en in 1887 promoveerde. Als kapelaan in Groningen en rector van het St. Johannes de Deo-gesticht in Utrecht ontwikkelde hij zich als historicus. Van 1898-1902 was hij hoofdredacteur van de dagblad Het Centrum, waar hij met Schaepman in conflict kwam over de politieke koers van het blad. In deze jaren was hij initiator van de officieuze 'Klarenbeekse club': een informele jaarlijkse bijeenkomst van vooraanstaande jonge katholieken, in hotel Klarenbeek in Arnhem. Brom bleef actief op historisch terrein. Hij was een van de initiatiefnemers van de stichting Het Nuyensfonds (1903), werd bestuurslid van het Historisch Genootschap en lid van de Commissie van Advies voor 's Rijks Geschiedkundige Publicatiën. Vanaf 1904 zette hij in Rome het Nederlands Historisch Instituut op, waarvan hij in 1910 directeur werd. In deze jaren was hij ook Romeins correspondent van het dagblad De Tijd. In 1915 overleed hij in Utrecht aan een nierkwaal.
Gisbert Brom (1864-195) volgde de priesteropleiding aan het grootseminarie Rijsenburg, waar hij leerling was van Herman Schaepman, met wie hij later bevriend zou zijn. Van 1885-1888 studeerde hij in Rome, waar hij in 1886 priester werd gewijd en in 1887 promoveerde. Als kapelaan in Groningen en rector van het St. Johannes de Deo-gesticht in Utrecht ontwikkelde hij zich als historicus. Van 1898-1902 was hij hoofdredacteur van de dagblad Het Centrum, waar hij met Schaepman in conflict kwam over de politieke koers van het blad. In deze jaren was hij initiator van de officieuze 'Klarenbeekse club': een informele jaarlijkse bijeenkomst van vooraanstaande jonge katholieken, in hotel Klarenbeek in Arnhem. Brom bleef actief op historisch terrein. Hij was een van de initiatiefnemers van de stichting Het Nuyensfonds (1903), werd bestuurslid van het Historisch Genootschap en lid van de Commissie van Advies voor 's Rijks Geschiedkundige Publicatiën. Vanaf 1904 zette hij in Rome het Nederlands Historisch Instituut op, waarvan hij in 1910 directeur werd. In deze jaren was hij ook Romeins correspondent van het dagblad De Tijd. In 1915 overleed hij in Utrecht aan een nierkwaal.