InhoudVergaderstukken van het bestuur en het dagelijks bestuur; correspondentie; stukken betreffende diverse (vrouwen)organisaties, waaronder de Nederlandse Huishoudraad, het Nederlands Vrouwencomité, de Vrouwelijke Vrijwillige Hulpverlening en de Nationale Commissie Gezinsbelangen; correspondentie, lezingen en informatie over uiteenlopende onderwerpen die voor vrouwen van belang waren; verslagen en notulen van diverse diocesane RK Vrouwenbonden en de Federatie RK Vrouwenbonden; stukken betreffende verwante organisaties; stukken betreffende diocesane en incidenteel plaatselijke afdelingen; studiedagen; jaarvergaderingen en jaarverslagen; correspondentie met provinciale afdelingen; stukken betreffende de werkgroep VLAM; stukken betreffende werkgroepen; stukken betreffende de opheffing.
In 1913 werd een RK Vrouwenbond opgericht, maar deze slaagde er niet in alle katholieke vrouwen te organiseren. Met name de boerinnenbonden en de arbeidersvrouwen organiseerden zich binnen de eigen standsorganisaties. Na de Tweede Wereldoorlog werden diocesane Katholieke Vrouwengildes opgericht voor vrouwen buiten de standsorganisaties. Het Landelijk Katholiek Vrouwengilde werd in 1955 opgericht als landelijke federatie. Het Katholiek Vrouwengilde (en de diocesane Gildes) was aangesloten bij de in 1946 opgerichte koepel Centrum der Nederlandse Katholieke Vrouwenbeweging, sinds 1957 Unie Nederlandse Katholieke Vrouwenbeweging geheten. Het Landelijk Katholiek Vrouwengilde werd opgeheven in 2006. Veel plaatselijke afdelingen bestaan nog tot op heden.