ArchiefnaamKatholieke Kunstkring De Violier
LiteratuurW.A.A. Mes, 'Inventaris van het archief van de Katholieke Kunstkring de Violier 1901-1952', in: Archieven van het Katholiek Documentatie Centrum, band 1 (Nijmegen 1973), p. 54-64. https://ru-on-worldcat-org.ru.idm.oclc.org/oclc/71732548
Phemia Molkenboer, Violier-boek, 1901-1931, den leden aangeboden bij de viering van het zesde lustrum van den Katholieken Kunstkring "De Violier", Amsterdam, 1932. https://ru-on-worldcat-org.ru.idm.oclc.org/oclc/65020301
Gerard Brom, Herleving van de kerkelijke kunst in katholiek Nederland, Leiden, 1933. https://ru-on-worldcat-org.ru.idm.oclc.org/oclc/781625769
G.B.A. Donkers, De Katholieke Kunstkring De Violier, 1901-1920, in: Trajecta, 10(2001), p. 112-135.
Knipsels over de Kath. Kunstkring De Violier in de KDC-collectie: KNIP-17561
Extra toegangenW.A.A. Mes, 'Inventaris van het archief van de Katholieke Kunstkring de Violier 1901-1952', in: Archieven van het Katholiek Documentatie Centrum, band 1 (Nijmegen 1973), p. 54-64
VerwervingSchenking J.Th. Peters 1970, aanvulling 2010
Geschiedenis archiefvormerIn het tijdschrift Van Onzen Tijd, opgericht in 1900, gaf een aantal jongeren blijk van hun ongenoegen over de culturele achterstand van de Nederlandse katholieken. Uit deze kringen kwam een jaar later op initiatief van Jan Kalf de Katholieke Kunstkring ‘De Violier’ voort. Het doel van de vereniging was bevordering van de kunstzin, vooral door middel van lezingen. Vanaf 1906 bestonden een aantal jaren een Haagse en een Rotterdamse afdeling, maar daarna bleven de activiteiten voornamelijk beperkt tot het Amsterdamse publiek. Het aantal werkende leden lag rond de 50, en er waren gemiddeld 200 belangstellende leden. Na een kortstondige opleving na de Tweede Wereldoorlog hield de vereniging in 1952 op te bestaan.
ArchiefgeschiedenisOnbekend