ArchiefnaamKatholieke Arbeidersjeugd, diocesane bonden
LiteratuurJ. Peet, Het uur van de arbeidersjeugd. De Katholieke Arbeiders Jeugd, De Vrouwelijke Katholieke Arbeidersjeugd en de emancipatie van de werkende jongeren in Nederland, 1944-1969 (Baarn 1987). https://ru.on.worldcat.org/oclc/64704792
Extra toegangenBasislijst
VerwervingSchenking KAJ Breda 1983. Voor het overige onbekend. Waarschijnlijk gevormd of bijeengebracht op het landelijk bureau van de KAJ.
Geschiedenis archiefvormerDe Katholieke Arbeidersjeugd (KAJ) werd opgericht in 1945 als opvolger van de vooroorlogse Sint Jozefgezellenverenigingen en De Jonge Werkman. De landelijke KAJ was onderverdeeld in diocesane bonden. De leden noemden zich ‘kajotters’. De KAJ (en de VKAJ) ontplooiden activiteiten in de sfeer van het vormingswerk; in de KAJ kwam daarnaast aandacht voor de belangenbehartiging. De KAJ was gerelateerd aan de KAB, waarmee zij al in 1949 in conflict kwam toen zij pleitte voor hogere jeugdlonen. Ook kwesties als verbetering van de arbeidsomstandigheden en verlenging van de partiële leerplicht werden aangesneden. In de jaren zestig richtte de KAJ zich steeds meer op vrijetijdsbesteding. De professionalisering van de organisatie ondergroef het beginsel van zelfwerkzaamheid van de leden. In 1965 fuseerden KAJ en VKAJ tot Katholieke Werkende Jongeren in Nederland (KWJ).
ArchiefgeschiedenisOnbekend.