Inhoud: Stukken betreffende de afdelingen; accountantsrapporten; jaarverslagen; stukken betreffende andere diocesane afdelingen en het landelijk vrouwengilde; correspondentie; stukken betreffende vergaderingen van diocesaan bestuur en dagelijks bestuur; stukken betreffende de Unie Nederlandse Katholieke Vrouwenbeweging; circulaires; stukken betreffende clubs, studiedagen en cursussen; overzichten van bestuurssamenstellingen; inleidingen en verhandelingen; namenlijsten. Het archief bevat ook stukken van de voorgangers van het Katholiek Vrouwengilde – aartsbisdom Utrecht, met name kasboek en notulenboeken van de Diocesane RK Vrouwenbond.
Het Katholiek Vrouwengilde – Aartsbisdom Utrecht was vanaf ca. 1961 de voortzetting van de Diocesane Roomsch-Katholieke Vrouwenbond in het Aartsbisdom Utrecht (1913) en vervolgens de Katholieke Vrouwengemeenschap in het Aartsbisdom Utrecht (en het Bisdom Groningen) (1945). Het was onderverdeeld in dekenale en plaatselijke afdelingen. Later sprak men van provinciale in plaats van diocesane afdelingen. Het KVG-aartsbisdom Utrecht vormde in 1955 met de andere diocesane Gildes de federatie Landelijke Katholiek Vrouwengilde. Het KVG Utrecht werd in 1974 opgesplitst in provinciale afdelingen.