Geschiedenis archiefvormer: Gerard Brom (1882-1959) volgde het gymnasium aan het Bisschoppelijk College te Roermond en studeerde Nederlandse letteren in Utrecht. Hij promoveerde in 1907. In datzelfde jaar trad hij in het huwelijk met Willemien Struik, die uit een socialistisch milieu stamde, maar later tot het katholieke geloof kwam. Hij was leraar Nederlands in Haarlem (1907-1911), Apeldoorn (1913-1918) en Nijmegen (1918-1920). Inmiddels was hij in 1916 de medeoprichter van het maandblad De Beiaard. Tussen 1920 en 1923 vervulde hij het secretariaat van de Unie van Katholieke Studentenvereenigingen. Zijn eigen ideaal van de maatschappelijk geëngageerde student, zich uitend in geheelonthouding en niet roken, was in studentenkringen echter zeer omstreden. Bij de, door Brom fel bepleite, oprichting in 1923 van de R.K. Universiteit te Nijmegen werd hij benoemd tot hoogleraar in de schoonheidsleer en kunstgeschiedenis, en ontwikkelde hij zich tot een vruchtbaar publicist. In 1945 werd hij in Nijmegen hoogleraar Nederlandse en algemene letterkunde, een leerstoel die veel beter bij hem paste. In 1952 ging hij met emeritaat.
Gerard Brom (1882-1959) volgde het gymnasium aan het Bisschoppelijk College te Roermond en studeerde Nederlandse letteren in Utrecht. Hij promoveerde in 1907. In datzelfde jaar trad hij in het huwelijk met Willemien Struik, die uit een socialistisch milieu stamde, maar later tot het katholieke geloof kwam. Hij was leraar Nederlands in Haarlem (1907-1911), Apeldoorn (1913-1918) en Nijmegen (1918-1920). Inmiddels was hij in 1916 de medeoprichter van het maandblad De Beiaard. Tussen 1920 en 1923 vervulde hij het secretariaat van de Unie van Katholieke Studentenvereenigingen. Zijn eigen ideaal van de maatschappelijk geëngageerde student, zich uitend in geheelonthouding en niet roken, was in studentenkringen echter zeer omstreden. Bij de, door Brom fel bepleite, oprichting in 1923 van de R.K. Universiteit te Nijmegen werd hij benoemd tot hoogleraar in de schoonheidsleer en kunstgeschiedenis, en ontwikkelde hij zich tot een vruchtbaar publicist. In 1945 werd hij in Nijmegen hoogleraar Nederlandse en algemene letterkunde, een leerstoel die veel beter bij hem paste. In 1952 ging hij met emeritaat.
Gerard Brom (1882-1959) volgde het gymnasium aan het Bisschoppelijk College te Roermond en studeerde Nederlandse letteren in Utrecht. Hij promoveerde in 1907. In datzelfde jaar trad hij in het huwelijk met Willemien Struik, die uit een socialistisch milieu stamde, maar later tot het katholieke geloof kwam. Hij was leraar Nederlands in Haarlem (1907-1911), Apeldoorn (1913-1918) en Nijmegen (1918-1920). Inmiddels was hij in 1916 de medeoprichter van het maandblad De Beiaard. Tussen 1920 en 1923 vervulde hij het secretariaat van de Unie van Katholieke Studentenvereenigingen. Zijn eigen ideaal van de maatschappelijk geëngageerde student, zich uitend in geheelonthouding en niet roken, was in studentenkringen echter zeer omstreden. Bij de, door Brom fel bepleite, oprichting in 1923 van de R.K. Universiteit te Nijmegen werd hij benoemd tot hoogleraar in de schoonheidsleer en kunstgeschiedenis, en ontwikkelde hij zich tot een vruchtbaar publicist. In 1945 werd hij in Nijmegen hoogleraar Nederlandse en algemene letterkunde, een leerstoel die veel beter bij hem paste. In 1952 ging hij met emeritaat.
Gerard Brom (1882-1959) volgde het gymnasium aan het Bisschoppelijk College te Roermond en studeerde Nederlandse letteren in Utrecht. Hij promoveerde in 1907. In datzelfde jaar trad hij in het huwelijk met Willemien Struik, die uit een socialistisch milieu stamde, maar later tot het katholieke geloof kwam. Hij was leraar Nederlands in Haarlem (1907-1911), Apeldoorn (1913-1918) en Nijmegen (1918-1920). Inmiddels was hij in 1916 de medeoprichter van het maandblad De Beiaard. Tussen 1920 en 1923 vervulde hij het secretariaat van de Unie van Katholieke Studentenvereenigingen. Zijn eigen ideaal van de maatschappelijk geëngageerde student, zich uitend in geheelonthouding en niet roken, was in studentenkringen echter zeer omstreden. Bij de, door Brom fel bepleite, oprichting in 1923 van de R.K. Universiteit te Nijmegen werd hij benoemd tot hoogleraar in de schoonheidsleer en kunstgeschiedenis, en ontwikkelde hij zich tot een vruchtbaar publicist. In 1945 werd hij in Nijmegen hoogleraar Nederlandse en algemene letterkunde, een leerstoel die veel beter bij hem paste. In 1952 ging hij met emeritaat.
Gerard Brom (1882-1959) volgde het gymnasium aan het Bisschoppelijk College te Roermond en studeerde Nederlandse letteren in Utrecht. Hij promoveerde in 1907. In datzelfde jaar trad hij in het huwelijk met Willemien Struik, die uit een socialistisch milieu stamde, maar later tot het katholieke geloof kwam. Hij was leraar Nederlands in Haarlem (1907-1911), Apeldoorn (1913-1918) en Nijmegen (1918-1920). Inmiddels was hij in 1916 de medeoprichter van het maandblad De Beiaard. Tussen 1920 en 1923 vervulde hij het secretariaat van de Unie van Katholieke Studentenvereenigingen. Zijn eigen ideaal van de maatschappelijk geëngageerde student, zich uitend in geheelonthouding en niet roken, was in studentenkringen echter zeer omstreden. Bij de, door Brom fel bepleite, oprichting in 1923 van de R.K. Universiteit te Nijmegen werd hij benoemd tot hoogleraar in de schoonheidsleer en kunstgeschiedenis, en ontwikkelde hij zich tot een vruchtbaar publicist. In 1945 werd hij in Nijmegen hoogleraar Nederlandse en algemene letterkunde, een leerstoel die veel beter bij hem paste. In 1952 ging hij met emeritaat.
Gerard Brom (1882-1959) volgde het gymnasium aan het Bisschoppelijk College te Roermond en studeerde Nederlandse letteren in Utrecht. Hij promoveerde in 1907. In datzelfde jaar trad hij in het huwelijk met Willemien Struik, die uit een socialistisch milieu stamde, maar later tot het katholieke geloof kwam. Hij was leraar Nederlands in Haarlem (1907-1911), Apeldoorn (1913-1918) en Nijmegen (1918-1920). Inmiddels was hij in 1916 de medeoprichter van het maandblad De Beiaard. Tussen 1920 en 1923 vervulde hij het secretariaat van de Unie van Katholieke Studentenvereenigingen. Zijn eigen ideaal van de maatschappelijk geëngageerde student, zich uitend in geheelonthouding en niet roken, was in studentenkringen echter zeer omstreden. Bij de, door Brom fel bepleite, oprichting in 1923 van de R.K. Universiteit te Nijmegen werd hij benoemd tot hoogleraar in de schoonheidsleer en kunstgeschiedenis, en ontwikkelde hij zich tot een vruchtbaar publicist. In 1945 werd hij in Nijmegen hoogleraar Nederlandse en algemene letterkunde, een leerstoel die veel beter bij hem paste. In 1952 ging hij met emeritaat.