InhoudVoor stukken jonger dan 70 jaar is toestemming nodig. Stukken betreffende het kerkelijk bestuur, missie(zaken) en de verschillende missiegebieden, personeel, onderwijs, katholieke organisaties en instellingen, kerkelijke en maatschappelijke vraagstukken, missieordes, financiën alsmede een aantal dagverhalen en preken van apostolisch prefekt J.H. Scholten (1797-1865); reis- en volkerenbeschrijvingen.
Het archief van het aartsbisdom Jakarta (voorheen Apostolische Prefectuur Batavia en Vikariat Apostolik Jakarta geheten) beslaat vooral de jaren 1807-1955 en bevat gedeponeerde archiefstukken.
De stukken tussen 1808 en 1900 bevatten onder andere materiaal over missieposten en kazernes. Daar werden doop- en huwelijksregisters bijgehouden, die een bron kunnen vormen voor genealogisch onderzoek.
Stukken betreffende Kronijk beginnende met het Jaar 1809-1826; opgesteld door J.H. Scholten RK Priester miss. Hollandiae. Mijne Levens-schets. J.H. Scholten.
Nadat in 1806 in Ned. Indië de godsdienstvrijheid was afgekondigd, werd op 8 mei 1807 de apostolische prefectuur van Nederlands Oost-Indië opgericht. In 1826 werd Batavia aangewezen als het bestuurlijk centrum van de missie in Ned. Indië en werd vastgelegd dat de prefectuur heel dit gebied zou omvatten (behalve Flores dat toen nog ten dele Portugees bezit was). Op 20 september 1842 werd de prefectuur tot apostolisch vicariaat van Batavia verheven.
Tot aan het begin van de 20e eeuw bestuurde de apostolisch prefect, later vicaris, de missionaire activiteiten in de gehele Indonesische archipel. Sinds 1893 werd het vicariaat bediend door Jezuïeten. Tussen 1900 en 1940 werd het apostolisch vicariaat steeds kleiner omdat er apostolische prefecturen en vicariaten van werden afgescheiden. Rond 1940 omvatte het vicariaat Batavia alleen nog delen van Midden-Java. De apostolisch vicaris behield echter zijn coӧrdinerende rol omdat hij in de hoofdstad Batavia/Jakarta woonde. In 1961 kreeg Indonesië een eigen bisschoppelijke hiërarchie en werd Jakarta een aartsbisdom.
Nadat in 1806 in Ned. Indië de godsdienstvrijheid was afgekondigd, werd op 8 mei 1807 de apostolische prefectuur van Nederlands Oost-Indië opgericht. In 1826 werd Batavia aangewezen als het bestuurlijk centrum van de missie in Ned. Indië en werd vastgelegd dat de prefectuur heel dit gebied zou omvatten (behalve Flores dat toen nog ten dele Portugees bezit was). Op 20 september 1842 werd de prefectuur tot apostolisch vicariaat van Batavia verheven.
Tot aan het begin van de 20e eeuw bestuurde de apostolisch prefect, later vicaris, de missionaire activiteiten in de gehele Indonesische archipel. Sinds 1893 werd het vicariaat bediend door Jezuïeten. Tussen 1900 en 1940 werd het apostolisch vicariaat steeds kleiner omdat er apostolische prefecturen en vicariaten van werden afgescheiden. Rond 1940 omvatte het vicariaat Batavia alleen nog delen van Midden-Java. De apostolisch vicaris behield echter zijn coӧrdinerende rol omdat hij in de hoofdstad Batavia/Jakarta woonde. In 1961 kreeg Indonesië een eigen bisschoppelijke hiërarchie en werd Jakarta een aartsbisdom.