InhoudHet archief bestaat uit 133 delen (notulenboeken) en voorts: stukken van bestuurs- en overlegorganen; correspondentie; financiën; statuten en huishoudelijke reglementen, jaarverslagen, beleidsrapporten: stukken betreffende de organisatie en het archief; stukken betreffende onderliggende organisaties: Katholieke Plattelandsjongeren Nederland (KPJN) en zijn voorgangers, de Katholieke Nederlandse Jonge Boeren- en Tuindersbond (KNJBTB), de Katholieke Nederlandse Boerinnen Jeugdbond (KNBJB), de Katholieke Plattelandsvrouwen Nederland (KPN) en haar voorganger, de Katholieke Nederlandse Boerinnenbond (KNBB); stukken betreffende samenwerkingsverbanden en aanverwante organisaties.
Geschiedenis archiefvormerDe Katholieke Nederlandse Boeren- en Tuindersbond (KNBTB) werd in 1896 opgericht als interconfessionele Nederlandsche Boerenbond (NBB). De centralistische structuur van de NBB kwam al snel na zijn oprichting ter discussie te staan. De inmiddels opgerichte diocesane bonden trokken veel activiteiten naar zich toe. In 1899 werd de NBB omgevormd tot een federatie van diocesane boerenbonden. In 1918 organiseerden de protestants-christelijke boeren en tuinders zich in een eigen vereniging, waardoor de NBB feitelijk (en in 1920 ook statutair) katholiek werd. In 1924 veranderde de naam in Roomsch-Katholieke Nederlandsche Boeren- en Tuinders-bond (RKNBTB) in 1929 in KNBTB. De KNBTB hield zich als centrale organisatie bezig met belangenbehartiging in de richting van de overheid. De naoorlogse samenwerking tussen de drie centrale landbouworganisaties resulteerde in 1995 in de landelijke Land- en Tuinbouworganisatie (LTO). Om enkele beheerstaken te kunnen blijven uitvoeren, bleef de KNBTB als zelfstandige organisatie bestaan.