Archiefnaam: Vrouwelijke Katholieke Arbeidersjeugd
Literatuur: J. Peet, Het uur van de arbeidersjeugd. De Katholieke Arbeiders Jeugd, De Vrouwelijke Katholieke Arbeidersjeugd en de emancipatie van de werkende jongeren in Nederland, 1944-1969 (Baarn 1987). https://ru.on.worldcat.org/oclc/64704792
Extra toegangen: Basislijst
Verwerving: Bewaargeving door KWJ 1971
Geschiedenis archiefvormer: De Vrouwelijke Katholieke Arbeidersjeugd (VKAJ) kwam het eerst in 1946 in het bisdom Breda tot stand. Het bisdom Den Bosch volgde in 1947 en het bisdom Roermond in 1948. In de bisdommen Haarlem en Utrecht werd de oprichting van de VKAJ pas in 1954 toegestaan. De landelijke VKAJ werd toen opgericht. in 1955 werd zij door de bisschoppen erkend en voortaan ook door de Nederlandse Katholieke Arbeidersbeweging (KAB) (mede)gefinancierd. De VKAJ stond aanvankelijk veel meer dan de KAJ onder klerikale curatele, hetgeen al spoedig tot conflicten leidde. De KAJ en de VKAJ ontplooiden activiteiten in de sfeer van het vormingswerk. In 1965 fuseerden KAJ en VKAJ tot Katholieke Werkende Jongeren in Nederland (KWJ). In plaats van per bisdom organiseerde men voortaan de afdelingen per coördinatiegebied, weer onderverdeeld in districten.
Archiefgeschiedenis: Bureau-archief