Geschiedenis archiefvormerDe Katholieke Arbeidersjeugd (KAJ) werd opgericht in 1945 als opvolger van de vooroorlogse Sint Jozefgezellenverenigingen en De Jonge Werkman. De leden noemden zich ‘kajotters’. De KAJ (en de VKAJ) ontplooiden activiteiten in de sfeer van het vormingswerk; in de KAJ kwam daarnaast aandacht voor de belangenbehartiging. De KAJ was gerelateerd aan de KAB, waarmee zij al in 1949 in conflict kwam toen zij pleitte voor hogere jeugdlonen. Ook kwesties als verbetering van de arbeidsomstandigheden en verlenging van de partiële leerplicht werden aangesneden. In de jaren zestig richtte de KAJ zich steeds meer op vrijetijdsbesteding. De professionalisering van de organisatie ondergroef het beginsel van zelfwerkzaamheid van de leden. In 1965 fuseerden KAJ en VKAJ tot Katholieke Werkende Jongeren in Nederland (KWJ). In plaats van per bisdom organiseerde men voortaan de afdelingen per coördinatiegebied, weer onderverdeeld in districten.