Geschiedenis archiefvormerEind 1945 werd de Roomsch Katholieke Staatspartij omgevormd tot Katholieke Volkspartij. Men wilde een katholieke beginselpartij die tegelijkertijd een brede volkspartij was. Aan de basis van de KVP stonden de plaatselijke afdelingen en de gewestelijke kringen, die samenvielen met de Rijkskieskringen. De algemene politieke leiding van de partij lag bij de partijraad. Het partijbestuur en het dagelijks bestuur vormden het hoogste bestuursapparaat, bijgestaan door het Partijbureau. De directeur daarvan was tevens partijsecretaris. Vanaf 1966 werden er door de KVP, CHU en ARP pogingen ondernomen tot een bredere christelijke samenwerking. Het streven naar samenwerking nam de gehele jaren zeventig in beslag. Na de verkiezingen van 1977 gingen de drie confessionele fracties op in de CDA-fractie. Op 11 oktober 1980 werd de fusie op partijniveau voltrokken.
Eind 1945 werd de Roomsch Katholieke Staatspartij omgevormd tot Katholieke Volkspartij. Men wilde een katholieke beginselpartij die tegelijkertijd een brede volkspartij was. Aan de basis van de KVP stonden de plaatselijke afdelingen en de gewestelijke kringen, die samenvielen met de Rijkskieskringen. De algemene politieke leiding van de partij lag bij de partijraad. Het partijbestuur en het dagelijks bestuur vormden het hoogste bestuursapparaat, bijgestaan door het Partijbureau. De directeur daarvan was tevens partijsecretaris. Vanaf 1966 werden er door de KVP, CHU en ARP pogingen ondernomen tot een bredere christelijke samenwerking. Het streven naar samenwerking nam de gehele jaren zeventig in beslag. Na de verkiezingen van 1977 gingen de drie confessionele fracties op in de CDA-fractie. Op 11 oktober 1980 werd de fusie op partijniveau voltrokken.
Eind 1945 werd de Roomsch Katholieke Staatspartij omgevormd tot Katholieke Volkspartij. Men wilde een katholieke beginselpartij die tegelijkertijd een brede volkspartij was. Aan de basis van de KVP stonden de plaatselijke afdelingen en de gewestelijke kringen, die samenvielen met de Rijkskieskringen. De algemene politieke leiding van de partij lag bij de partijraad. Het partijbestuur en het dagelijks bestuur vormden het hoogste bestuursapparaat, bijgestaan door het Partijbureau. De directeur daarvan was tevens partijsecretaris. Vanaf 1966 werden er door de KVP, CHU en ARP pogingen ondernomen tot een bredere christelijke samenwerking. Het streven naar samenwerking nam de gehele jaren zeventig in beslag. Na de verkiezingen van 1977 gingen de drie confessionele fracties op in de CDA-fractie. Op 11 oktober 1980 werd de fusie op partijniveau voltrokken.
Eind 1945 werd de Roomsch Katholieke Staatspartij omgevormd tot Katholieke Volkspartij. Men wilde een katholieke beginselpartij die tegelijkertijd een brede volkspartij was. Aan de basis van de KVP stonden de plaatselijke afdelingen en de gewestelijke kringen, die samenvielen met de Rijkskieskringen. De algemene politieke leiding van de partij lag bij de partijraad. Het partijbestuur en het dagelijks bestuur vormden het hoogste bestuursapparaat, bijgestaan door het Partijbureau. De directeur daarvan was tevens partijsecretaris. Vanaf 1966 werden er door de KVP, CHU en ARP pogingen ondernomen tot een bredere christelijke samenwerking. Het streven naar samenwerking nam de gehele jaren zeventig in beslag. Na de verkiezingen van 1977 gingen de drie confessionele fracties op in de CDA-fractie. Op 11 oktober 1980 werd de fusie op partijniveau voltrokken.
Eind 1945 werd de Roomsch Katholieke Staatspartij omgevormd tot Katholieke Volkspartij. Men wilde een katholieke beginselpartij die tegelijkertijd een brede volkspartij was. Aan de basis van de KVP stonden de plaatselijke afdelingen en de gewestelijke kringen, die samenvielen met de Rijkskieskringen. De algemene politieke leiding van de partij lag bij de partijraad. Het partijbestuur en het dagelijks bestuur vormden het hoogste bestuursapparaat, bijgestaan door het Partijbureau. De directeur daarvan was tevens partijsecretaris. Vanaf 1966 werden er door de KVP, CHU en ARP pogingen ondernomen tot een bredere christelijke samenwerking. Het streven naar samenwerking nam de gehele jaren zeventig in beslag. Na de verkiezingen van 1977 gingen de drie confessionele fracties op in de CDA-fractie. Op 11 oktober 1980 werd de fusie op partijniveau voltrokken.